Kenia is het land van mijn eerste safari in Samburu National Park, waar ik mijn eerste olifant in het wild zag. Ik heb ook genoten van de ruigheid en de ontmoetingen in het weinig bezochte Noord-Kenia. Daarom zal ik altijd warme herinneringen houden aan Kenia (ook al volgden er nog veel meer safari’s).

Ik was van 7 januari tot 23 januari 2013 in Kenia. Ik had mij aangesloten bij een jubileumreis van Baobab: van Caïro naar Kaapstad in vijf maanden. Met zes mensen legden we de hele afstand af. Andere medereizigers deden een of meerdere van de zes etappes. Met behulp van mijn reisdagboek van destijds kijk ik terug.

Weinig toeristisch Noord-Kenia

In Noord-Kenia reden we door een gebied waar nauwelijks toeristen komen. De hoofdweg tussen Ethiopië en Kenia met de grensovergang bij Moyale is absoluut niet als zodanig herkenbaar. We bezochten Marsabit National Park met Lake Paradise en een grote krater. Door de regen was het een behoorlijke (klei)modder- en glijpartij.

Lake Paradise in Marsabit nationaal park in Kenia
Lake Paradise in Marsabit nationaal park

Toen we vervolgens afsloegen richting North Horr en verder reden naar Loyangalani, was er regelmatig nauwelijks weg te herkennen. Als de weg wel duidelijk was, was het een smalle uitgesleten doorgang met aan weerszijden zwarte keien. Dat was in ieder geval goed stof happen.

Lake Turkana kreeg destijds zo’n dertig toeristen per jaar. We overnachtten in traditionele gevlochten ronde hutten aan de rand van Loyangalani. Het waaide er stevig, maar het bleef erg warm. Er waren openluchtdouches, waar je ’s avonds de indrukwekkende sterrenhemel boven je had. Het water voor de douches werd met emmers gebracht.

“Lake Turkana kreeg destijds zo’n 30 toeristen per jaar.”

We hebben de el-Mala stam, de kleinste stam van Kenia, opgezocht. Erg vriendelijke ontmoetingen. Een van de meisjes vond het leuk een bijna-naamgenoot te ontmoeten, Liliane. Het was 45 graden en ik kon drinken wat ik wou (liters water gingen erin), maar naar het toilet hoefde ik niet.

Onderweg in Noord-Kenia
Onderweg in Noord-Kenia

“Toen we vervolgens afsloegen richting North Horr en verder Reden naar Loyangalani, was er regelmatig nauwelijks weg te herkennen.”

Mijn eerste olifant in het wild

Mijn eerste safari ooit was in Samburu National Park in Kenia. Rijdend naar de kampeerplek spotten we al zebra’s en Somalische struisvogels. Wat is de girafgazelle een apart verschijnsel met zijn lange nek. Als hij op zijn achterpoten gaat staan om bij de blaadjes van een boomtak te kunnen, lijkt er net een man met een klein bierbuikje te staan.

En hier zag ik mijn eerste olifant in het wild. Zo bijzonder. Ik vind dit park echt een aanrader. Naast de aparte girafgazelle zagen we ook een cheetah met twee jonkies en een groep leeuwinnen, naast bijvoorbeeld giraffen, impala’s, kleine dikdiks en geelkeelfrankolijnen.

Het kamperen midden in het park maakte het ’s nachts naar de WC gaan wel een spannende ervaring. De grappigste tip: kijk niet alleen laag naar je voeten waar je loopt, maar ook recht vooruit, anders loop je nog pardoes tegen een olifant aan in het donker.

Mijn eerste olifant in het wild in Samburu nationaal park in Kenia

Het unieke Lake Nakuru

Zuidelijker in Kenia ligt Lake Nakuru Nationaal Park. Een unieke combi van een groot meer met watervogels, waterbuffels en nijlpaarden als ook een savannelandschap ernaast met bijvoorbeeld leeuwen, neushoorns en zebra’s. De vroege wekker was absoluut de moeite waard om de zonsopgang in dit park mee te maken. Alleen al op de parkeerplaats van dit park heb ik tientallen foto’s gemaakt, met zicht op het meer met kale bomen staand in het water in de mist bij de opkomende zon. Damp steeg op van het wateroppervlak. Een zeer mystieke sfeer. De safari was fantastisch. We hebben zoveel dieren uitgebreid kunnen bekijken. Ook een leeuw gespot die naast zijn buit, een zebra, lag uit te hijgen.

Zonopkomst in Lake Nakura nationaal park in Kenia
Zonopkomst in Lake Nakura nationaal park

Westerse atmosfeer in Nairobi

Als een onzichtbare grens, kwamen we met het naderen van Nairobi in een meer toeristisch gedeelte van Kenia. Na ruim twee maanden reizen ‘wemelde’ het ineens van de blanken. Er is meer groen dan in het noorden van Kenia, met akkerbouw en palmen. Ik houd wel van die ruige landschappen, dus het was weer even wennen. En zie daar, moderne supermarkten met yoghurt, chips en lekkere koekjes, tot opluchting van diverse reisgenoten. Zelf ook een keer een modern winkelcentrum opgezocht in Nairobi en me te goed gedaan aan een overheerlijke spinazie-ricotta lasagne. En twee extra shirts en een korte broek gekocht, want mijn meegenomen selectie bleek te weinig door de beperkte mogelijkheden tussendoor kleren te wassen. ’s Avonds zijn we met zijn drieën gaan stappen. We hebben netjes het advies opgevolgd om ook voor een afstand van twee straatblokken telkens een taxi te pakken. We waren zeker niet de langste vrouwen op de dansvloer; ook zonder hun enorme naaldhakken waren het lange Keniaanse vrouwen. Wij moesten het doen met onze schoonste (safari)kleding en gympies.

En na Kenia was Uganda aan de beurt.